Boek InfoVoorbladInhoudDiest, eens een BierstadWie was Wannes Raps ?Uit "Den Diestenaer", Jaargang 1, nr. 49 van 9 december 1843Wie was Wannes Raps ?De oude burcht en de oude kerk van ZelemUit de "Gazette van Diest" VAN 1899Goede lucht te Sint.-Joris-Winge (ca. 1750)Diest en het huis Oranje-NassauOntstaan van een nieuwe heemkundige kring LibbekeMededelingen en aantekeningen over Groot-Lubbeek door de heemkundige kring "Libbeke"I. De oude pastorie van PellenbergZichemse steenUit de "Gazette van Diest" van 1899Averbode tijdens de Franse overheersingReklameEen vergeten heldDiesterse Volksmensen : "Stetteke de Beir" en "Lowie zonder Hemd"Uit de "Gazette van Diest" van 1879Hagelands Heemkundig MuseumDe geschiedenis van de Hasseltsepoort te DiestFranse revolutie te DiestAnna van de PetrolpoortBoeken over de geschiedenis van DiestUit "Den Diestenaer", Jaargang 1, nr. 25 van 17 juni 1843VragenbusUit de "Gazette van Diest" van 1899Bibliografie van Oost-BrabantHagelandse Woorden : Kurre of Kudde en Loper of LoopAchterblad
Oostbrabant 1980-3
Oostbrabantse Werkgemeenschap

169

Diest, eens een Bierstad

(1)
Volgens oude geschriften bestaat de brouwerij CERCKEL van in 1271. In het refugehuis der Abdij van Averbode, dat gelegen was op het einde van de nu nog bestaande Refugiestraat, bestond toen roede een brouwerij, onder het beheer van de kloosterlingen van die abdij. In het jaar 1501 werd het refugehuis volledig afgebroken en de noordervleugel met de brouwerij volkomen herbouwd. In 1512, tijdens de Gelderse oorlogen, was Jonker VERCEY waard in het refugehuis. Het was tijdens deze binnenlandse onlusten in het begin der 16e eeuw dat de Diestse gilden hun grote betekenis kregen. Zij dronken het gildebier in hun vrije uren en op hun feesten, ook in de gastvrije herbergen van het klooster dat zij beschermden. In het jaar 1727 achtte de abt der abdij het wijzer zijn brouwerij van de hand te doen en zij werd verhuurd voor 300 gulden. In 1816 werd zij in huur genomen en uitgebaat door Frans PIECK (overgrootvader van de laatste eigenaar der brouwerij), later door zijn zoon Charles PILCK, die het goed aankocht en in 1889 door CERCKEL-PIECK, die de brouwerij in 1929 aan zijn zoon Paul Cerckel overliet en deze verder exploiteerde tot bij zijn overlijden einde 1979. Dus echt een familie­bedrijf (2).
Het is vooral dank zij Paul Cerckel dat het "gildebier" op de markt bleef en tussen de gastronomische specialiteiten van DIEST een belangrijke plaats bleef innemen , wat hem tot eer strekte. Dit leek wel gewenst als inleiding.
Was die brouwerij er reeds in de 13e eeuw, dan mag worden aangenomen dat er te. DIEST nog andere brouwerijen waren. Zulks zal in de 14e eeuw wel waar geweest zijn, want in 1304 liepen er reeds "zatlappen" rond.
Men sprak toen reeds en later ook nog van "goed bier, half- of braspenninksbier en lek of solo" (allemaal "Diesters bier"), "Gildebier" was er ook reeds en vooral in latere eeuwen, oen biertje voor gilden en rederijkerskamers. Dit drankje werd trouwens door de gildebroeders klaargemaakt in een gehuurde brouwerij. Zodra het gebrouwen was, werd het bier naar de kelders van het stadhuis overgebracht, waar het gistte en "legerde" onder het waakzaam oog van hun schutsheilige. Het bleef daar tot op het ogenblik van de gildefeesten. De laatste aanvraag van een gilde om ergens te brouwen was in 1949 (St.-Sebastiaansgilde) on het biertje bleef dan wel in die brouwerij liggen. Of het vroeger ook reeds 8 tot 11 graden had, wordt niet verteld.
In de 17e eeuw telde DIEST 14 brouwerijen (brouwers-leveraars en brouwers-tappers samen?). In 1737-38 waren er reeds 22 brouwers­leveraars met zo'n 1086 bieren (verschillende soorten! denk maar aan goed bier enz.) en dan nog 46 tappers.
Werd er veel gebrouwen? In 1704-05 reeds 7223 tonnen, in, 1765-66 niet minder dan 29 283 stuks, neem nu maar vaatjes van 30 of misschien van 50 liter.
Hier de namen van enige brouwerijen die in 1727 bestonden :

(1)
F. di Martinelli, Diest in de 17e en 18e eeuwen. Documenten brouwerij Cerckel.
(2)
F. di Martinelli, Diest in de 17e en 18e eeuwen. Documenten brouwerij Cerckel.

170
De STER, De RODE LEEUW en DE CHRISTUSOGEN (Schaffensestraat), DE ZOETEN INVAL (Markt), DE DRIE KRONEN (Kon. Albertstraat), DE FORTUIN (Fel. Moonsstraat of Kon. Albertstraat?), DE WERELD (Mich. Theysstraat) en HET STADSPAANHUIS (Paanhuisstraat). Ter­loops gezegd : ieder brouwer-tapper was verplicht in deze laatst vermelde brouwerij eens te komen brouwen.
Voor talrijke stadsgenoten zeggen die namen zeker nog iets, maar dan weten ze zeker beter dat stilaan de laatste brouwerijen zoals DE PROOSDIJ (Maris), DE OSSENKOP (Allen), DE DRIE KRONEN (nu Duysters, Mich. Theysstraat) en HET HOEFIJZER (Ooms), verdwenen. Zij brachten respectievelijk de volgende biertjes op de markt (of liever in de cafés : Keizersbier, Paterkesbier, Knock-out en Kerelsbier. Bleef dan alleen CERCKEL met zijn VERY-DIEST, GALA PILS, GILDEBIER (en soms BEKER) tot einde 1979. Nog wat over de herbergen of "estaminees". Ieder brouwer-tapper. en hij alleen, had vroeger de vergunning om bier met de stoop, de pot en met de pint te verkopen (dus in 't klein) en zulks wijst er op dat er in de 18e eeuw ook 46 herbergen geweest moeten zijn. Volgens die tijd had bijna ieder huis of herberg een uithangbord met een of andere benaming en nu kennen we nog o.m. De Haan, De Keizer (al is het nu L'Empereur), De Wildeman (nu Casino), De Zoeten Inval en In de Palmboom. In de eerste helft van onze eeuw zijn verdwenen : De Gulden Pot, De Zwarten Ring, De Christusogen, De Witte Engel, De Brouwkuip en De Mechelse Toren.
Na 1914-18 had normaal iedere brouwer zijn supporters, kwestie van smaak en dorst, Hoeveel "karkes", "demies" en fluitjes zijn er niet "achterover" gegoten? Kent U nog het liedje "Kerel, dat is het beste bier. Kerel, dat slaat Castar knock-out ....,. "?
Om te eindigen nog een woordje over "gildebier". Reeds in 1909 schreef men over dit biertje in "Le Petit Journal du Brasseur", en we noteren maar een paar woorden : "sa couleur : du Rubis" (robijnrood); "son gout : du Porto". Inderdaad, een lekkernij maar tevens een verraderlijk vocht.
En daarmee verdween de laatste getuige van een rijk BIERVERLEDEN.